Vind nu een alternatief arts / therapeut in

Hoogbegaafd en misdiagnose

woensdag 06 november 2013

Hoogbegaafdheid. Je kunt tegenwoordig geen tijdschrift openslaan, of er staat wel een artikel in over hoogbegaafdheid. De komst van de Leonardo-scholen (speciale scholen voor hoogbegaafde kinderen) heeft natuurlijk zeker met die toegenomen aandacht te maken. Maar het lijkt ook wel alsof er sprake is van een soort hype. Steeds meer scholen hebben gerichte aandacht voor hoogbegaafdheid, sommige hanteren het zelfs als een (statusverhogend) marketing instrument, uitgevers storten zich op de markt van specifieke leermiddelen, tv-programma’s besteden er aandacht aan, de verenigingen voor hoogbegaafde kinderen (en hun ouders) floreren als nooit te voren en het is zelfs mogelijk om je kind naar een speciaal vakantiekamp voor hoogbegaafden te laten gaan.


Naast al die welkome aandacht voor hoogbegaafdheid schuilt er echter een groot probleem onder de oppervlakte. In de beeldvorming, zoals deze zich in het algemeen heeft ontwikkeld in ons land, kan een kind dat hoogbegaafd is, toch eigenlijk niet in de problemen komen. Het is immers zo slim en heeft toch zo veel talent? Het zal dan dus wel aan iets anders liggen: lichamelijke oorzaken bijvoorbeeld. Of wellicht ligt het aan de opvoeding van de ouders …

Hoewel er steeds meer aandacht voor hoogbegaafdheid is, blijft dit onderwerp voor de nodige discussie zorgen en blijven vooroordelen (er zijn er meerdere) een eigen leven leiden.
Er wordt wel eens gedacht dat alle hoogbegaafden problemen ondervinden in het leven. Dit is dus niet waar. Wanneer wij naar de groep hoogbegaafde kinderen kijken, kunnen wij deze grofweg in drieën verdelen; 1/3 gaat fluitend door het leven, 1/3 heeft zo af en toe een duwtje in de rug nodig en 1/3 loopt (nu of op latere leeftijd) vast door wat voor oorzaak dan ook.

Deze laatste groep is bijzonder kwetsbaar. Te meer omdat deze kinderen of jongvolwassenen in hun leven gedragingen kunnen vertonen die op het eerste gezicht raakvlakken hebben met bijvoorbeeld ADHD (druk, aandachtig gedrag of clownesk gedrag), ADD (aandacht-tekort) of een vorm van autisme (teruggetrokken gedrag, moeilijk contact maken, behoefte aan structuur). Deze gedragingen worden meestal niet meteen herkend als zijnde kenmerken van hoogbegaafdheid. En dat is op zich logisch, want het gedrag kan worden veroorzaakt doordat het kind hoogbegaafd is, maar is niet per se een uiting hiervan.

Misdiagnose
Wanneer de problematiek die het kind vertoont niet juist wordt gediagnosticeerd, ontstaat er een ‘misdiagnose’. Zo kan een hoogbegaafd kind ten onrechte een ADHD-etiket opgeplakt krijgen. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor het welzijn van het kind, maar ook voor het gezin en voor een school. Naar aanleiding van een verkeerde diagnose, kan het zijn dat er gedurende een korte periode (b.v. ten gevolge van alle aandacht) een rustmoment ontstaat. Echter, dit is slechts vaak voor korte duur. Al gauw zullen die kenmerken waardoor er een ‘misdiagnose’ is gesteld, weer terugkomen; het kind gaat zich weer clownesk gedragen in een klas, is snel afgeleid en is moeilijk te hanteren of het kind ervaart problemen bij veranderingen, heeft extreem behoefte aan structuur, is erg rigide, neemt alles letterlijk of heeft moeite vriendschappen te onderhouden.

Aanleiding voor een diagnostisch onderzoek is vaak dat ouders zich zorgen maken, omdat hun kind ‘anders’ is (zeker bij hun 1e kind, daar zij geen directe vergelijking hebben); het kind ontwikkelt zich anders dan dat in de boeken staat. Voor ouders is het niet altijd even makkelijk om dan direct actie te ondernemen. Wanneer ouders in hun nabije omgeving te raden gaan, kunnen zij wel eens stuiten op nogal wat onbegrip. Juist omdat het kind zich sneller (anders) ontwikkelt dan het gemiddelde kind. Daar in Nederland vaak een mentaliteit van “doe maar normaal dan doe je gek genoeg” heerst, is de kans reëel dat deze ouders scheve gezichten zullen ontvangen. Er wordt namelijk weleens (geheel ten onrechte) gedacht dat ouders van hoogbegaafde kinderen overdreven pronken met hun kind of dit te sterk pushen; hun kind eigenlijk geen kind laten zijn. Vanuit onze ervaring kunnen wij stellig zeggen dat zeker 99% van de ouders waarvan blijkt dat hun kind hoogbegaafd is, liever een gemiddeld kind hebben zonder alle bijkomende problematiek van het anders zijn. Want dat is een hoogbegaafd kind echt.

Anders zijn
Het anders zijn begint al op jonge leeftijd. In eerste instantie spreekt men hier nog van een ontwikkelingsvoorsprong. Het kan namelijk goed mogelijk zijn dat een kind tijdelijk een groeispurt door maakt en zich later weer leeftijdsadequaat ontwikkelt. Pas bij een langdurige voorsprong (waarbij zich onder andere ook een IQ van boven de 130 moet manifesteren) kan er gesproken worden over hoogbegaafdheid. Op een kinderdagverblijf kan een kind met een ontwikkelingsvoorsprong over een groter vocabulaire beschikken dan een leeftijdsgenoot. Wanneer het vanuit dit vocabulaire en het gebruik van gedetailleerde zinnen wil communiceren, wordt het kind niet altijd goed begrepen. Logischerwijs zoekt het dan aansluiting bij de oudere kinderen. Wanneer dit ook niet het gewenste resultaat oplevert, kan het kind zijn heil gaan zoeken bij een begeleider. Afhankelijk van de houding van de begeleider kan het kind zich geaccepteerd voelen of niet. Na enkele weken/maanden, merken de ouders dat het kind weinig of geen zin meer heeft om naar het kinderdagverblijf te gaan.

Ditzelfde probleem kan zich in de basisschoolperiode herhalen, wanneer het kind grootse verwachtingen van school heeft; eindelijk schrijven, lezen, taal, rekenen, etc. Echter, een begin hiermee wordt veelal pas gemaakt in groep 3 en er wordt te vaak weinig of geen rekening gehouden met kinderen die al veel verder zijn. Een mogelijk gevolg is dat het kind zich ernstig gaat vervelen. Een ander gevolg is dat het kind zich onbegrepen voelt en hierdoor de nodige frustraties ervaart.

Een gemiddelde kleuter speelt doorgaans alleen of náást een ander kind, terwijl een kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong juist al graag sámen wil spelen volgens afspraken, waarden en normen. En ook al wil afspreken, waarbij een afspraak dan ook vaak nog eens “heilig” is. Dit alles kan voor de nodige teleurstellingen zorgen, waardoor het plezier in het naar school gaan al snel en drastisch kan afnemen. Sterker nog, het kind kan psychosomatische klachten gaan vertonen zoals eetlust vermindering, haaruitval, buik- en hoofdpijn, uitslag. Belangrijk is dat ouders op dergelijke momenten altijd naar de dokter gaan om eventuele andere diagnoses uit te sluiten.

Er kan wrijving ontstaan tussen het kind met een ontwikkelingsvoorsprong en de rest van zijn/haar leeftijdsgenoten. Met als mogelijk gevolg dat het kind zich anders gaat voelen en gedragen. Bijvoorbeeld door het vertonen van druk gedrag (dat vaker voorkomt bij jongens), of juist erg gesloten/teruggetrokken gedrag (dat vaker voorkomt bij meisjes). Hierdoor wordt wel eens ten onrechte gedacht dat hoogbegaafde kinderen op sociaal-emotioneel gebied een achterstand hebben; het ontbreekt hen zogenaamd aan sociale vaardigheden. Dit argument krijgen ouders nogal eens te horen wanneer de school er uiteindelijk toch voor kiest om een kind nog niet te laten overgaan van groep 2 naar groep 3; hoewel het kind over meer dan voldoende cognitieve capaciteiten beschikt, maakt school zich zorgen over het contact met leeftijdgenoten.

(mis)communicatie
Alsof het al niet moeilijk genoeg is, wordt het ouders/de school soms nog moeilijker gemaakt wanneer één kind 2 verschillende beelden uitzendt; op school is het stil en onopvallend, terwijl het thuis erg boos kan zijn, frustraties ervaart en blijk geeft van een kort lontje. Zo’n kind kan een gezin echt op zijn kop zetten en ouders tot wanhoop drijven.
Op dergelijke momenten is een duidelijke, eerlijke en open communicatie tussen ouders en school noodzakelijk. Niet altijd is dit helaas het geval. Ouders kiezen dan eieren voor hun geld en gaan zelf op onderzoek uit.

Belangrijk op zo’n moment is, dat wanneer ouders het vermoeden hebben dat er sprake is van een mogelijke ontwikkelingsvoorsprong, een goed diagnostisch onderzoek wordt afgenomen door een bureau dat specifieke ervaring en deskundigheid heeft op dit gebied. Juist doordat hoogbegaafdheid vele gezichten kent en slimme kinderen heel veel zaken kunnen verbergen of zich anders kunnen voordoen, is het belangrijk dat bepaald gedrag (druk en aandachttrekkend gedrag, agressief gedrag) vanuit de juiste setting wordt bekeken en – nog belangrijker – wordt begrepen. Is het clowneske en drukke gedrag een gevolg van verveling, een uiting van frustratie, een zich niet begrepen voelen, of is er wellicht toch sprake van ADHD of een combinatie van hoogbegaafdheid en ADHD. Wetende dat hoogbegaafde kinderen veelal (maar niet altijd) een zeer hoog energieniveau hebben, is de link naar ADHD erg snel gelegd. Maar hoogbegaafde kinderen kunnen zich ook stil en afwachtend gedragen en hebben zich vaak maar aangepast en worden op school dan bestempeld als “lui”. In werkelijkheid is dat soms helemaal niet zo. Door bijvoorbeeld hun hoge gevoeligheid of hoge ethische normen zijn dit soort kinderen te vaak tegen teleurstellingen aangelopen en maken daardoor een terugtrekkende beweging in hun leven. Belangrijk is dus om te kijken of deze kenmerken blijvend zijn of vinden deze alleen gedurende bepaalde periodes plaats? Zo merken wij dat gedurende vakanties, ouders regelmatig hun ´oude´ kind terugkrijgen.

Al met al is het herkennen van hoogbegaafdheid een vak apart!

(Met dank aan Martin Ponte - volledige tekst)

Delen op Facebook

Er is 2 keer gereageerd


Geplaatst op maandag 20 februari 2017 om 15:31:47 door e.j.van baal
graag wil ik op bovenstaand verhaal reageren. ik herken me volledig in het verhaal van uw zoon. ook ik ben veel gepest, werd niet begrepen. heb ook een vervelende tijd op school en op mijn werk gehad. ben er vaak overspannen van geweest wat zich uitte in lichamelijke en psychische klachten ik ben al over de 60 maar ik denk nog heel vaak terug aan die nare tijd.
Geplaatst op zaterdag 24 oktober 2015 om 02:54:47 door Anaclara
Ik herken hier ALLES in van onze zoon. Die is nu een tiener en nu komt er uit een grondig onderzoek naar zijn leerstijl en ontwikkeling uit dat hij op sommige gebieden zijn leeftijdgenootjes ver vooruit is (taal, verbaal, sociaal-emotioneel). Op zijn beide lagere scholen (ja we hoopten dat het na wisseling beter zou worden, hij werd ook veel gepest) is het echter altijd precies andersom geïnterpreteerd. Gevolg: aanpassen, terugtrekken en onderpresteren, en op dit moment helemaal het zicht kwijt op wie hij is en wat hij wil. Gedemoraliseerd en uitgeput. Ondanks het onderzoek - waarin we hem eindelijk weer terug herkenden en de vinger op de zere plek werd gelegd - blijft ook zijn vervolgschool het probleem bij ons, ouders neerleggen <zucht>. We worden er af en toe flink moe(deloos) van, maar geven de moed niet op! Het is een prachtige, gevoelige jongen met veel creativiteit, gevoel voor taal en humor, een groot rechtvaardigheidsgevoel en ongelooflijk veel doorzettingsvermogen (want dat heb je wel nodig als je je jarenlang niet gezien en gehoord voelt en weinig aansluiting met leeftijdgenoten hebt, en dan toch iedere dag weer naar school...). Doodzonde dat er zoveel (voor)oordelen over hoogbegaafdheid de ronde doen en er zo weinig mensen zijn die kennelijk in staat zijn om het kind zelf nog te kunnen zien achter het soms onbegrijpelijke gedrag. Ik heb er zelf niet zo'n moeite mee... zou dat zijn omdat de appel niet ver van de boom valt? ;-)

Reageren op dit artikel


Naam: *
E-mail:
Website:http://
Reactie: *
Beveiligingscode: