Vind nu een alternatief arts / therapeut in

Eerder vaststellen van dyslexie

woensdag 06 november 2013

PERSBERICHT - Kinderen met een risico op dyslexie hebben moeite met het onderscheid tussen bepaalde klanken in de eigen taal. Dat komt omdat zij veel meer verschillende klanken horen dan andere kinderen. Hun klankperceptie is meer universeel en niet voldoende aangepast aan de eigen taal.



Mark Noordenbos van de Radboud Universiteit ontdekte dit - als eerste - bij kinderen van 5 en 6 jaar. ‘Met deze kennis kunnen we dyslexie in de toekomst mogelijk eerder vaststellen en kunnen jonge kinderen eerder begeleid en getraind worden waardoor ze minder leesachterstand oplopen op school.' Noordenbos promoveerde op 4 november.

Aangeboren klankgevoeligheid
Pasgeboren baby's kunnen in de eerste levensmaanden klanken in bijna alle talen op de wereld onderscheiden, maar binnen een jaar hebben ze zich aangepast aan de moedertaal en horen ze alleen nog maar de voor hun eigen taal relevante klankverschillen. Kinderen met dyslexie behouden mogelijk de aangeboren universele klankgevoeligheid. Mark Noordenbos onderzocht dit bij kinderen van ouders met dyslexie (dyslexie is erfelijk) en kinderen van ouders die dat niet hebben. Hij liet de beide groepen kinderen testjes doen waarbij ze bij het horen van verschillende klanken moesten aangeven of de betreffende klanken hetzelfde waren of verschillend.

Verwerking in de hersenen
Vervolgens onderzocht de promovendus met behulp van EEG-metingen of de hersenen van de risicokinderen ook anders reageren op klankverschillen. Dat bleek het geval.

Alle kinderen kregen klanken te horen uit hun eigen taal, waarbij het aanbod af en toe werd onderbroken door een vergelijkbare ‘vreemde' klank. De hersenen van kinderen zonder een risico op dyslexie namen geen verschil waar tussen deze klanken. De hersenen van kinderen met een risico op dyslexie daarentegen, maakten wel onderscheid tussen dit voor het Nederlands niet relevante klankverschil. Noordenbos: ‘Het lijkt erop alsof kinderen met dyslexie een filter missen voor relevante klanken. Ze signaleren verschillen tussen klanken die niet relevant zijn. Mogelijk is het horen van deze extra klanken van invloed op het leren lezen.' Vergelijkbare subtiele fonologische verwerkingsproblemen vond de promovendus ook in EEG-metingen bij volwassen met dyslexie.


Leren lezen
Volgens Noordenbos kan de gevoeligheid voor niet relevante spraakklanken in de eigen taal een nadelige invloed hebben op het (leren) lezen. ‘Deze kinderen hebben meer moeite met het koppelen van klanken aan letters omdat ze meer klanken onderscheiden dan nodig is. Daarom is het leren lezen voor hen ook moeilijker.'

Verder onderzoek
Dyslexie kan nu pas gediagnosticeerd worden als kinderen al lezen (vanaf 7 jaar) en als blijkt dat hun leesvaardigheden achter blijven bij die van klasgenoten. Ze hebben dan al een achterstand opgebouwd ten opzichte van hun klasgenoten. Bij eerdere diagnose kunnen deze kinderen eerder extra aandacht krijgen en lopen ze minder achterstand op. Het duurt echter nog even voordat het zover is. Noordenbos heeft hiervoor de eerste stappen gezet, maar eerst is meer en diepgaander onderzoek nodig naar individuele verschillen tussen kinderen.

Mark Noordenbos (Leeuwarden, 1983) studeerde Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2007 begon hij als promovendus aan het Behavioural Science Institute (BSI) van de Radboud Universiteit. Naast zijn promotieonderzoek was hij ook labcoördinator van het BSI EEG lab.

Delen op Facebook

Er is 1 keer gereageerd


Geplaatst op woensdag 06 november 2013 om 19:52:43 door Wendy
Zeer interessant. Hopelijk kan het in de toekomst eerder gediagnostiseerd worden!

Reageren op dit artikel


Naam: *
E-mail:
Website:http://
Reactie: *
Beveiligingscode: